Occupy de Dominicaanse Republiek

October 30, 2011 · Posted in Uncategorized · Comment 

Door omstandigheden liep ik vandaag op het tentenkamp van Occupy Amsterdam. Net toen ik me begon af te vragen hoe de geur van derdehands dekzeil en verschaald bier iets kunnen doen aan uitbuiting en hebzucht, hoorde ik twee mannen met elkaar praten. Brabanders.

Ik raakte in gesprek met één van hen. Tonny, een tachtigjarige Eindhovenaar. Hij werkte vroeger bij Philips. Het leek me een mooi moment om te vertellen over een jeugdherinnering aan de jaren tachtig: een Philips-medewerker met tientallen dienstjaren was na zijn ontslag van het hoofdkantoor in Eindhoven gesprongen.

Die tijd had Tonny niet meer meegemaakt, maar de dreiging van ontslag hing ook vroeger als een donkere wolk boven de werkvloer. Als zestienjarige verdiende hij één gulden per dag bij Philips, die hij thuis aan zijn moeder afdroeg. “Op een dag vroegen ze ons om een vrijwillige bijdrage voor de sportvereniging: PSV. Ik zei tegen m’n baas: ‘Ik ken dè nie maken tegenover ons moeder, want dan zwaait er wa.” De baas zei dat zijn naam bovenaan zou komen op de ontslaglijst, als hij niks zou bijdragen.

Een pensioen had Tonny niet opgebouwd. Na Philips had hij voornamelijk zwart gewerkt. Nu moet hij rondkomen van zijn AOW, maar dat is geen probleem, want hij slijt zijn dagen zoveel mogelijk op de Dominicaanse Republiek. “Als ge daar ziek bent, kredde van d’n dokter een pilske! Hier moette zogenaamd ‘n griepprik halen, maar ik hoef die rommel nie in m’n lijf. En d’n dokter verdient ‘r goed aan hoor! Die krijgt twintig euro per spuit.”

Nee, dan de Dominicaanse Republiek. “Een pilske kost daar 15 cent. En met die lui kende allemaal mooi stappen he. Want die jonge wijven zijn zo mooi. Of ge nou wilt of nie, ge moet erop he. Ze zijn zo geil he! Die moeders daar zeggen: pak die Hollander nou, da’s een miljonair.”

Wat je niet moet doen, waarschuwt Tonny, is je Dominicaanse vrouw naar Nederland halen. “Dan zien ze wat ze hier allemaal nog meer kunnen krijgen. Ik heb m’n vrouw wel een keer hiernaartoe gehaald. Ik ben al tachtig dus voor mij maakt ‘t nie meer uit. Als dat wijfje hier zegt: bye bye… Geen probleem. Dan vat ik het vliegtuig en ga ik terug. Daar staan ze in de rij. Daar verdienen ze honderd euro in de maand. As gij daar komt met 600, 700 euro, dan bende gij miljonair.”

“Dat wijf dat ik heb, haar hele familie zorgt voor mij. Ben ik ziek? Er is altijd iemand bij me, van de familie. Want denk eraan: ik mag niet dood. Als zij naar het ziekenhuis moeten en zij kunnen het niet betalen, komen ze naar mij. En als er niet goed gezorgd wordt voor mij? Dan stompen ze mijn wijf in elkaar hoor, jazeker.”

Een man van eind vijftig met lange beige regenjas en hoed heeft een stuk van de lofzang opgevangen. “Wat, heb jij een vrouwtje op de Dominicaanse Republiek?” Hij klinkt als Youp van ‘t Hek die een enthousiaste kakker imiteert. “Ik ook!” Voor ik wegloop, kijk ik naar zijn nagels. Rouwranden.

Ducktales

October 30, 2011 · Posted in Uncategorized · 4 Comments 

 

Door omstandigheden stond ik vanavond oog in oog met Bob van der Houven. Ik kende hem ook niet, maar toen hij vertelde dat hij presenteerde op Radio 4, ging ik hem met andere oren beluisteren.

Hij vertelde dat hij ook nog andere stemklussen deed. Zoals -en buiten een paar verstokte wikipedifielen weet niemand dit: de serie Ducktales.

Mijn aandacht was getrokken, want begin jaren negentig boekte ik bescheiden successen op feesten en partijen met mijn Ducktales-imitatie (Kwik/Kwek/Kwak: “Oom Dagobert, wat doet u met Oma Baktaart?”, gevolgd door wellustig gegrom van Dagobert Duck)

Bob liet me raden wie hij ‘deed’. Na Donald (kwam voor in slechts vier afleveringen), Oom Dagobert (Sacco van der Made), Turbo (Rudi Falkenhagen, Bob: “Wijlen Rudi Falkenhagen”) en Guus Geluk (Diederik Gelderman) wilde ik het opgeven. Bob gaf me een hint: “Het was een vrij belangrijke rol.” “Kwik”, zei ik, eigenlijk vooral om van het geraad af te zijn. Bob knikte. Hij knikte niet alleen, hij dééd ‘m godverdomme! Hij deed Kwik, zoals hij ook Kwek en Kwak had gedaan. Ik deed mijn ogen dicht. Het klopte.

Ik kan nu sterven*

 

* Voor lezers met een stoornis uit het autisme-spectrum: ik weet dat ik ook al eerder had kunnen sterven, bijvoorbeeld door een verkeersongeluk, medisch falen of een mislukte parachutesprong. Ik weet ook dat het uitblijven van een ontmoeting met Bob van der Houven mij niet onsterfelijk had gemaakt, maar… Ach, weet je wat? Laat ook maar. Alsof jullie mij ooit zouden kunnen begrijpen. Nee, nu is het te laat. Dit stukje is voorbij.

Locatie, locatie, locatie

October 25, 2011 · Posted in Uncategorized · Comment 

Apps die ons iets vertellen over onze naaste omgeving waren er al, nu vertellen apps onze omgeving iets over ons. In 1948 was dat een dystopie, zes jaar geleden een 1 april-grap en nu is ‘Find my Friends’ een app die volgens een recensie als grootste nadeel heeft dat het niet werkt op alle telefoons. Vooralsnog moet je als gebruiker van ‘Find my Friends’ toestemming geven om je locatie te delen, maar dat geldt alleen voor burgers. De overheid weet al lang waar we zijn.

In amper een decennium is onze mentaliteit verschoven van ‘Als je niks verkeerds doet, heb je niks te verbergen’ via ‘ik heb niks te verbergen’ naar ‘ik wil alles delen’. Tijdsgeest en techniek dwingen ons: op tv zien we hoe gewone mensen beroemd worden met reality soaps. Voor de rest van ons is er sociale media, zodat we de wereld toch nog kunnen laten weten hoe gezellig het was in de kroeg of hoe snel we de marathon liepen.

Wie kanttekeningen plaatst bij deze ontwikkeling is al snel reactionair of zelfs verdacht. Je hebt toch niks te verbergen? Het enige antwoord op die vraag is helaas een Godwin: “wie hadden er in de jaren dertig van de twintigste eeuw reden om hun geloof te verbergen?”

Als je wilt weten wat de gevaren zijn van het wegvallen van privacy, moet je eens kijken hoe machthebbers reageren als er wordt getornd aan hun privacy. Kamerleden breekt het angstzweet uit als ze horen dat hun Apple-gadgets locatiegegevens opslaan. De Amerikaanse militair Bradley Manning slaapt naakt in een isoleercel voor het lekken van dit filmpje.

Volgens een oude makelaarswijsheid bepalen drie factoren de prijs van een huis: locatie, locatie en locatie. Een nog oudere wijsheid zegt: kennis is macht. Weten wie er op een bepaald moment op een bepaalde locatie is, geeft macht. Wie hier zijn schouders over ophaalt, heeft misschien niets te verbergen, maar heeft vooral niets te vertellen.

Tussen mijn oren

October 23, 2011 · Posted in Uncategorized · 1 Comment 

-Jim Al-Khalili is de vader die ik nooit heb gehad.

-Wacht even, wordt dit zo’n semi-grappig stukje in de vorm van een dialoog?

-Dat hangt ook van jou af.

-Ik haat dat soort stukjes.

-Hoezo?

-Omdat ze vaak worden gemaakt door twee middelbare mannen die een stijlvorm zoeken om slap te ouwehoeren over voetbal of politiek.

-Ja, maar dat is nu niet het geval.

-Want?

- Want je schrijft dit stukje in je eentje.

- Echt?

- “Echt?”

- Doe je me nu na?

- “Woe le we ju wa?”

- Haal je vinger uit je mond als je me nadoet!

- Kun je jezelf nadoen?

- Kun je jezelf pijn doen?

- Ok, ok, de vader die je nooit hebt gehad….?

- Precies! Het heeft me natuurlijk nooit ontbeerd aan een mannelijk rolmodel, want ik heb een vader gehad…

- Eens.

- Maar mijn vader heeft nooit een diamant laten verdwijnen.

- Kom je nu wéér met dat filmpje?

- Ja

- “Indrukwekkend”

- Hij ademt een diamant in!

- Pff… Mijn neefje van vijf heeft een keer het kopje van een Lego-mannetje ingeademd.

- Dat is niet hetzelfde.

- Volgens mij wilde je nog iets zeggen over Jim.

- Ja, hij heeft een nieuwe serie.

- Ga lekker kijken dan.

- Dat ga ik ook zeker doen.

- Ik ga naar buiten. Superlekker weer.

- Ok, doei.

- Doei.