Gelijke behandeling
Goede voornemens

Marketing, de waarheid
Zwarte Pieten
Hoe voelt racisme? Ik heb geen idee. Bedrijven doen geen moeite om blanke, heteroseksuele, atheïsten aan te nemen en als ik een pleister plak, heeft die de kleur van mijn huid. Dus wie ben ik om te zeggen dat Zwarte Piet racistisch is?
De Zwarte Piet uit mijn twintigste-eeuwse jeugd was een onderdanige neger die zijn baas niet helemaal serieus nam: “Ja Sinterklaasje, nee Sinterklaasje.” Ik ben er natuurlijk niet bijgeweest, maar ik kan me voorstellen dat het er ook zo aan toeging op de plantage.
Mensen die Zwarte Piet verdedigen, hebben het altijd over traditie. Traditie; bekend van het kattenmeppen en de vrouwenbesnijdenis. Het klopt natuurlijk wel: het is een tijdlang traditie geweest dat blanken de baas konden spelen over negers. Toegeven dat Zwarte Piet racistisch is, is toegeven dat de geschiedenis niet zo fraai was. Voor je het weet staat er op iedere straathoek een slavernijmonument.
Ik ben voor Sinterklaas. Het leert kinderen al vrij jong dat zelfs je eigen ouders je jarenlang kunnen voorliegen. Een belangrijke levensles. Maar Zwarte Piet? Het is 2011. Verzin iets beters. Een robot ofzo.
Occupy de Dominicaanse Republiek
Door omstandigheden liep ik vandaag op het tentenkamp van Occupy Amsterdam. Net toen ik me begon af te vragen hoe de geur van derdehands dekzeil en verschaald bier iets kunnen doen aan uitbuiting en hebzucht, hoorde ik twee mannen met elkaar praten. Brabanders.
Ik raakte in gesprek met één van hen. Tonny, een tachtigjarige Eindhovenaar. Hij werkte vroeger bij Philips. Het leek me een mooi moment om te vertellen over een jeugdherinnering aan de jaren tachtig: een Philips-medewerker met tientallen dienstjaren was na zijn ontslag van het hoofdkantoor in Eindhoven gesprongen.
Die tijd had Tonny niet meer meegemaakt, maar de dreiging van ontslag hing ook vroeger als een donkere wolk boven de werkvloer. Als zestienjarige verdiende hij één gulden per dag bij Philips, die hij thuis aan zijn moeder afdroeg. “Op een dag vroegen ze ons om een vrijwillige bijdrage voor de sportvereniging: PSV. Ik zei tegen m’n baas: ‘Ik ken dè nie maken tegenover ons moeder, want dan zwaait er wa.” De baas zei dat zijn naam bovenaan zou komen op de ontslaglijst, als hij niks zou bijdragen.
Een pensioen had Tonny niet opgebouwd. Na Philips had hij voornamelijk zwart gewerkt. Nu moet hij rondkomen van zijn AOW, maar dat is geen probleem, want hij slijt zijn dagen zoveel mogelijk op de Dominicaanse Republiek. “Als ge daar ziek bent, kredde van d’n dokter een pilske! Hier moette zogenaamd ‘n griepprik halen, maar ik hoef die rommel nie in m’n lijf. En d’n dokter verdient ‘r goed aan hoor! Die krijgt twintig euro per spuit.”
Nee, dan de Dominicaanse Republiek. “Een pilske kost daar 15 cent. En met die lui kende allemaal mooi stappen he. Want die jonge wijven zijn zo mooi. Of ge nou wilt of nie, ge moet erop he. Ze zijn zo geil he! Die moeders daar zeggen: pak die Hollander nou, da’s een miljonair.”
Wat je niet moet doen, waarschuwt Tonny, is je Dominicaanse vrouw naar Nederland halen. “Dan zien ze wat ze hier allemaal nog meer kunnen krijgen. Ik heb m’n vrouw wel een keer hiernaartoe gehaald. Ik ben al tachtig dus voor mij maakt ‘t nie meer uit. Als dat wijfje hier zegt: bye bye… Geen probleem. Dan vat ik het vliegtuig en ga ik terug. Daar staan ze in de rij. Daar verdienen ze honderd euro in de maand. As gij daar komt met 600, 700 euro, dan bende gij miljonair.”
“Dat wijf dat ik heb, haar hele familie zorgt voor mij. Ben ik ziek? Er is altijd iemand bij me, van de familie. Want denk eraan: ik mag niet dood. Als zij naar het ziekenhuis moeten en zij kunnen het niet betalen, komen ze naar mij. En als er niet goed gezorgd wordt voor mij? Dan stompen ze mijn wijf in elkaar hoor, jazeker.”
Een man van eind vijftig met lange beige regenjas en hoed heeft een stuk van de lofzang opgevangen. “Wat, heb jij een vrouwtje op de Dominicaanse Republiek?” Hij klinkt als Youp van ‘t Hek die een enthousiaste kakker imiteert. “Ik ook!” Voor ik wegloop, kijk ik naar zijn nagels. Rouwranden.
Ducktales
Door omstandigheden stond ik vanavond oog in oog met Bob van der Houven. Ik kende hem ook niet, maar toen hij vertelde dat hij presenteerde op Radio 4, ging ik hem met andere oren beluisteren.
Hij vertelde dat hij ook nog andere stemklussen deed. Zoals -en buiten een paar verstokte wikipedifielen weet niemand dit: de serie Ducktales.
Mijn aandacht was getrokken, want begin jaren negentig boekte ik bescheiden successen op feesten en partijen met mijn Ducktales-imitatie (Kwik/Kwek/Kwak: “Oom Dagobert, wat doet u met Oma Baktaart?”, gevolgd door wellustig gegrom van Dagobert Duck)
Bob liet me raden wie hij ‘deed’. Na Donald (kwam voor in slechts vier afleveringen), Oom Dagobert (Sacco van der Made), Turbo (Rudi Falkenhagen, Bob: “Wijlen Rudi Falkenhagen”) en Guus Geluk (Diederik Gelderman) wilde ik het opgeven. Bob gaf me een hint: “Het was een vrij belangrijke rol.” “Kwik”, zei ik, eigenlijk vooral om van het geraad af te zijn. Bob knikte. Hij knikte niet alleen, hij dééd ‘m godverdomme! Hij deed Kwik, zoals hij ook Kwek en Kwak had gedaan. Ik deed mijn ogen dicht. Het klopte.
Ik kan nu sterven*
* Voor lezers met een stoornis uit het autisme-spectrum: ik weet dat ik ook al eerder had kunnen sterven, bijvoorbeeld door een verkeersongeluk, medisch falen of een mislukte parachutesprong. Ik weet ook dat het uitblijven van een ontmoeting met Bob van der Houven mij niet onsterfelijk had gemaakt, maar… Ach, weet je wat? Laat ook maar. Alsof jullie mij ooit zouden kunnen begrijpen. Nee, nu is het te laat. Dit stukje is voorbij.
Tussen mijn oren
-Jim Al-Khalili is de vader die ik nooit heb gehad.
-Wacht even, wordt dit zo’n semi-grappig stukje in de vorm van een dialoog?
-Dat hangt ook van jou af.
-Ik haat dat soort stukjes.
-Hoezo?
-Omdat ze vaak worden gemaakt door twee middelbare mannen die een stijlvorm zoeken om slap te ouwehoeren over voetbal of politiek.
-Ja, maar dat is nu niet het geval.
-Want?
- Want je schrijft dit stukje in je eentje.
- Echt?
- “Echt?”
- Doe je me nu na?
- “Woe le we ju wa?”
- Haal je vinger uit je mond als je me nadoet!
- Kun je jezelf nadoen?
- Kun je jezelf pijn doen?
- Ok, ok, de vader die je nooit hebt gehad….?
- Precies! Het heeft me natuurlijk nooit ontbeerd aan een mannelijk rolmodel, want ik heb een vader gehad…
- Eens.
- Maar mijn vader heeft nooit een diamant laten verdwijnen.
- Kom je nu wéér met dat filmpje?
- Ja
- “Indrukwekkend”
- Hij ademt een diamant in!
- Pff… Mijn neefje van vijf heeft een keer het kopje van een Lego-mannetje ingeademd.
- Dat is niet hetzelfde.
- Volgens mij wilde je nog iets zeggen over Jim.
- Ja, hij heeft een nieuwe serie.
- Ga lekker kijken dan.
- Dat ga ik ook zeker doen.
- Ik ga naar buiten. Superlekker weer.
- Ok, doei.
- Doei.
President Wilders wekt wrevel
AMSTERDAM, 24 september 2012 – President Wilders heeft gisteren milde irritatie gewekt tijdens het spoeddebat over de voortdurende voedselrellen in de Randstad. In de vier grote steden wordt een brood momenteel geruild voor 5 liter benzine. Terwijl CDA, PVDA, VVD, GroenLinks, SP en D66 debatteerden over een oplossing, zat de president demonstratief te zingen met een koptelefoon op zijn hoofd.
De Mars van Henk en Ingrid gaat volgende week zaterdag vooralsnog door. Wilders wil dan ‘met tienduizenden hardwerkende burgers’ de ‘papieren propaganda’ (Trouw, De Volkskrant, NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad) gaan verbranden in het Urkerbos. Protesten van de oppositie wuifde Wilders weg: “Kranten zijn dode bomen, dus de CO2 is al lang en breed gecompenseerd.”
De president zal het vuur met een vlammenwerper ontsteken vanuit zijn ‘Vrijheidsmobiel’, het pantservoertuig met transparante koepel waarin Wilders zich verplaatst na een oorlogsverklaring van Turkije.
In dat land zorgde Wilders voor grote verontwaardiging tijdens een onaangekondigd bezoek aan de hoofdstad Ankara. Vanuit een helicopter drapeerde Wilders een met varkensmest besmeurde Turkse vlag over het mausoleum van Atatürk, alwaar de stichter van de staat Turkije volgens Wilders ‘ligt te tollen in zijn tombe’. “Op de Turkse vlag hoort een bruine ster”, aldus Wilders. “Als de zilverrug van dit apenland die zelf niet kan inkleuren, doe ik het voor hem.”
Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door techniek van het CERN
Brekend: de ketenen van Gillette
Vrouwen moeten mooi zijn, menstrueren, hun plas ophouden, baren, lachen om grapjes van mannen en dat allemaal gebukt onder een glazen plafond. Mannen moeten zich scheren. Dat lijkt oneerlijk verdeeld, maar dat is het niet: vrouwen moeten zich namelijk óók scheren.
Dat vrouwen zich moeten scheren is een door commercie en cultuur bepaald misverstand. Mannen moeten zich echt scheren, anders worden ze gek, zoals mooi wordt verbeeld in mijn Zomergasten-film The Beard:
Samen met anticonceptie en het stervensbesef onderscheidt het scheren mensen van dieren. Dat onderscheid is duur. Correctie: het is duur geworden. Vroeger deed men levenslang met één mes, dat hooguit geslepen moest worden. Toen kwam het veiligheidsmes, de Sensor, Sensor Excel, Mach 3, Fusion en de Fusion ProGlide Power, met ‘ingebouwde microchip’, die zorgt voor ‘kalmerende micro-pulsaties’.
Een modern Gillettemesje kost zo’n 5 euro. Voor dat geld koop je de illusie dat je, net als Andre Agassi en Humberto Tan, met een paar trefzekere halen je kop kaal kunt strijken. Glide, heet dat in Gillette-speak. Het snelscheren met grootse gebaren wordt aangemoedigd door Gillette. Waarom? Omdat hun mesjes dan sneller slijten. Zo kunnen ze meer mesjes verkopen, waarmee ze het geld binnenhalen om Humberto Tan enthousiast te krijgen.
Klink ik negatief over Gillette? Mooi. Als puber kreeg ik van Gillette een gratis proefpakketje met een Sensor, ongeveer zoals iedere junkie ooit is begonnen met een gratis shot heroïne. Het was het begin van een jarenlange relatie, die bestond uit geven (geld) en nemen (halfgladde bakkes met ingegroeide haren). De afgelopen 18 jaar heeft Gillette een modaal maandsalaris aan mij verdiend.

Alles wat je nodig hebt: mes, krabber, kwast, schuim & handleiding (niet op de foto: pleisters en drukverband)
Maar dat is nu voorbij. Voortaan scheer ik mij met veiligheidsscheermesjes van het merk Merkur. Daar wordt geen reclame voor gemaakt op tv, want ze kosten nog geen 50 cent per stuk.
Veiligheidsmesjes moet je kopen bij De Messenwinkel. Je wordt er geholpen door geduldig, beleefd en kundig personeel dat je de goedkoopste opties adviseert (in tegenstelling tot het Dixons advies: “Duurder is altijd beter”). Omdat mensen dergelijke service niet gewend zijn in Nederland, staat De Messenwinkel in Antwerpen.
En hoe bevalt het mesje van 50 cent? Uitstekend! Ze zijn vlijmscherp (demonstratievideo) en ze gaan langer mee dan de Gillette Turbo Injectie Glide 4X4. Tips van de Messenwinkelier: goed inzepen en korte bewegingen maken met het krabbertje. Het is namelijk een krabbertje, geen “Glider”.
Van het geld dat je gaat besparen met het dumpen van Gillette kun je op vakantie en dan hou je nog geld over voor Giro555, want in de Hoorn van Afrika hebben ze niet eens geld voor scheermesjes.
Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de Merkur Man.
Qaterig
“De gekste taferelen maken we hier mee. Die mensen schreeuwen enorm en die vliegen elkaar soms met kapmessen te lijf”, zegt de autohandelaar.
De burgemeester is sowieso tegen het gebruik van qat, want ze weet dat het in de Somalische gemeenschap grote problemen geeft.
Alleen in Nederland en Engeland is het legaal, in de rest van de wereld niet. Daarom moet het zo snel mogelijk op de lijst van verdovende middelen, vindt het Kamerlid.
Precies. Verbieden die handel! Als die Somaliërs zo graag willen schreeuwen, ruzie maken of problemen in huiselijke kring veroorzaken, drinken ze maar alcohol. Aanpassen heet dat.





