Adam en Lucy
![]()
Afgelopen weekend (z)at ik in een Ethiopisch restaurant. De Ethiopische keuken behelst niet, zoals ik in mijn jeugd heb geleerd, in een zandbak wachten tot een paar zakken rijst uit een vliegtuig vallen. Nee, het wordt klaargemaakt op de grond, terwijl de ober enthousiast vertelt over zijn vaderland. Wisten wij bijvoorbeeld dat Ethiopiërs orthodox-christelijk zijn? En dat ze hun kerstmis in januari vierden? En dat het land nog nooit oorlog had gekend?
Omdat het de bedoeling was om het min of meer gezellig te houden, slikte ik wat gepruttel over Mengistu in, bij wijze van voorgerecht. De ober, eigenlijk was hij meer een gastheer, vervolgde zijn lezing. “Het is ook de bakermat van de mensheid”, doceerde hij. “De eerste mensen kwamen uit Ethiopië.”
“Lucy“, mompelde ik.
“Ja, Lucy… Als je in de wetenschap gelooft”, zei de gastheer. “Maar Adam en Eva kwamen ook uit Ethiopië.”
Ik kauwde even op het concept ‘geloven in de wetenschap‘.
Mijn moeder, want die zat er ook bij, vond dat hij op een respectvolle manier met het verschil in opvattingen omging. Ik vond dat ik zelf ook redelijk respectvol was. Maar het leven is natuurlijk geen wedstrijd ‘respectvol met elkaar omgaan’. Het leven is sowieso geen wedstrijd, maar een training. Een training voor de dood.
Om een lang verhaal kort te maken: ik heb de boel niet kort en klein geslagen, noch platgebrand en de kok heeft ons niet vergiftigd. Ik heb zelfs heerlijk gegeten, met m’n bek.
