Bureaublad
Als ik niet achter mijn bureau zit, kijken mijn collega’s naar mijn scherm. Dat weet ik, omdat ik feedback krijg over mijn bureaubladachtergrond. Ze vinden de afbeelding niet prettig om te zien. Het gaat om deze foto:
Als Franz Kafka zou weten hoe het er op kantoor aan toe gaat, zou hij zich omdraaien in zijn graf. Op kantoor heersen orde en logica. Nooit komen collega’s binnen die zeggen: “Zie je niks aan me?” Ok, misschien gebeurt het wel eens, maar dan is het omdat ze naar de kapper zijn geweest, of vanwege nieuwe schoenveters. Nooit omdat ze zijn veranderd in een insect.
Een collega die met haar rug naar me toe zit, zei dat ze me zou verzoeken om een andere bureaubladachtergrond te kiezen, als ze niet met haar rug naar met toe zou zitten. Ze vond het een naar idee om opgegeten te worden door insecten na haar dood. Dat is misschien ook wel zo, maar het is beter dan opgegeten worden door insecten als je nog leeft.
Waarom vinden mensen graven zo confronterend? Iedereen gaat er ooit in liggen, crematoriasten daargelaten. Het enige confronterende van Kafka’s graf is dat er na 85 jaar nog steeds verse bloemen op staan.
Automaat
Het leven op een kantoor is een beetje als een rectaal touché: je moet het een keer hebben meegemaakt om te weten wat het is (collega’s; ik weet dat jullie meelezen. Ik bedoel natuurlijk niet ons kantoor, maar ‘het kantoor’ als instituut).
Onze afdeling zit op de tweede verdieping, waar ook een automaat staat die na een druk op de knop ‘koffie’ een duister sap laat lekken. Ik wil die automaat niet demoniseren, maar de vloeistof smaakt naar het braaksel van iemand die ziek is geworden na het eten van een zak Haagse hopjes.
Mensen van de tweede verdieping halen hun koffie op de derde verdieping, waar de koffie smaakt naar koffie, geperst uit een vaatdoekje van twee dagen oud. Voor de duidelijkheid: op de tweede vinden we de koffie van de derde zo lekker dat we er twee trappen voor over hebben.
Vandaag stond iemand van de derde bij de automaat van de tweede. Hij ging koffie halen voor zijn collega’s. “Hier is de koffie toch wat pittiger.”
(hier nog een metaforisch stukje over la condition humaine + uitzoeken wat een rectaal touché is)

