Endorsen
Waar mensen van vlees en bloed me mijden als een syfilitische matroos, wordt er op social media aan me getrokken als… als… Verdomme, ik heb mijn metaforische hand overspeeld met die matroos! Maar geloof me; er wordt getrokken.
Facebook, op wier walls muurbloempjes opbloeien tot socialites, kan ik intussen goed negeren. Het dwangmatige delen, het neurotische gebedel om toegang tot mijn tijdlijn… Het is als getik van een raamprostituee die haar beste jaren heeft gehad.
De laatste tijd ontvang ik via LinkedIn ‘endorsements’ van allerlei mensen die mij vaardigheden toedichten. Zoveel endorsements ontving ik, dat ik begon te vermoeden dat het uitdelen ervan makkelijker is dan… dan… Nou ja, ik dacht: goh, waarschijnlijk is het best makkelijk.
Waar je vroeger even moest zitten om de onhebbelijkheden van oud-collega’s om te smeden tot een aanbeveling, is het ‘endorsen’ van je contacten nu een kruising tussen Memory en Wie Is Het?
Endorsen is dom klikken; je houdt genoeg hersencapaciteit over om na te denken. Waarom kijk hij zo arrogant? Heeft zij ooit iets vervelends gezegd? Kan deze persoon nog ooit iets voor mij betekenen? Mag ik deze persoon eigenlijk wel?
Van twintig endorsements waren er maar twee gespeend van emotie en opportunisme, namelijk “Does Diederik Meijer know about virtualization?” (Ja, maar wat weet ík ervan? Ik heb alleen de eerste Matrix gezien) en “Does Ton van Haperen know about teaching?” (Ja. Weet ik nog hoe ik de collectieve-uitgavenquote moet berekenen? Nee.)
Ondertussen spam ik de link naar dit stukje op Facebook, als een treurige exhibitionist die zijn beige regenjas optrekt om jullie aan het lachen te maken. Weet je wat? Als jullie ‘Lenmeister Lezen’ als skill opgeven op LinkedIn, endorse ik jullie. Alllemaal!
Locatie, locatie, locatie
Apps die ons iets vertellen over onze naaste omgeving waren er al, nu vertellen apps onze omgeving iets over ons. In 1948 was dat een dystopie, zes jaar geleden een 1 april-grap en nu is ‘Find my Friends’ een app die volgens een recensie als grootste nadeel heeft dat het niet werkt op alle telefoons. Vooralsnog moet je als gebruiker van ‘Find my Friends’ toestemming geven om je locatie te delen, maar dat geldt alleen voor burgers. De overheid weet al lang waar we zijn.
In amper een decennium is onze mentaliteit verschoven van ‘Als je niks verkeerds doet, heb je niks te verbergen’ via ‘ik heb niks te verbergen’ naar ‘ik wil alles delen’. Tijdsgeest en techniek dwingen ons: op tv zien we hoe gewone mensen beroemd worden met reality soaps. Voor de rest van ons is er sociale media, zodat we de wereld toch nog kunnen laten weten hoe gezellig het was in de kroeg of hoe snel we de marathon liepen.
Wie kanttekeningen plaatst bij deze ontwikkeling is al snel reactionair of zelfs verdacht. Je hebt toch niks te verbergen? Het enige antwoord op die vraag is helaas een Godwin: “wie hadden er in de jaren dertig van de twintigste eeuw reden om hun geloof te verbergen?”
Als je wilt weten wat de gevaren zijn van het wegvallen van privacy, moet je eens kijken hoe machthebbers reageren als er wordt getornd aan hun privacy. Kamerleden breekt het angstzweet uit als ze horen dat hun Apple-gadgets locatiegegevens opslaan. De Amerikaanse militair Bradley Manning slaapt naakt in een isoleercel voor het lekken van dit filmpje.
Volgens een oude makelaarswijsheid bepalen drie factoren de prijs van een huis: locatie, locatie en locatie. Een nog oudere wijsheid zegt: kennis is macht. Weten wie er op een bepaald moment op een bepaalde locatie is, geeft macht. Wie hier zijn schouders over ophaalt, heeft misschien niets te verbergen, maar heeft vooral niets te vertellen.

