Ironie bedrijven doe je zo (!)
Ironie is een lastige stijlfiguur. Het is bij uitstek een vorm die onherkenbaar wordt als je ‘er niet bij was’. Want wat bedoelt een voetbaltrainer met ‘mooie bal!’? Die bal kan zowel in de kruising hangen als meters over de lat vliegen.
Teletekst voorziet in een ironieteken voor doven en slechthorenden: (!).
Op internet wordt zo hard geschreeuwd dat dit teken overbodig lijkt. En zo kan het gebeuren dat een politicus met relativeringsvermogen noch besef van context aangifte doet van bedreiging op een weblog en dat een OM met weinig gevoel voor verhoudingen op internet de fundamentalistisch-atheïstische weblogger (Bert Brussen) aanklaagt voor het citeren van een bedreiging (een tweet van Mohamed Ghabri waarin hij een ‘rijkelijke beloning’ beloofde voor degene die Wilders’ keel van links naar rechts of vice versa doorsnijdt).
Wat de weblogger hier nekt, is dat hij weliswaar bekend en berucht is, maar slechts in beperkte kring. Bij het OM kennen ze hem overduidelijk niet. Wat ze bij het OM wél doen, is het bloedserieus nemen van iedere bedreiging en iedere verwijzing naar een bedreiging waar de ironie niet vanaf druipt.
Wat het OM had moeten doen, was de twitteraar, de weblogger en Geert Wilders uitnodigen op het bureau voor een kopje thee. Dan had Mohamed Ghabri aan Bert Brussen kunnen uitleggen wat hij bedoelde met zijn tweet en dan had Brussen aan Geert Wilders kunnen uitleggen wat hij bedoelde met zijn blogpost en dan had Wilders kunnen zeggen: “Jongens, ik word knettergek van dat getwat. Het is tijd dat we accepteren dat iedereen verschillend is en dat we samen gaan werken aan de echt grote problemen in deze wereld.” (!)
Twitterdebat
“Ich bin ein Berliner”, “I have a dream”, “Zo gaan we niet met elkaar om in dit land”
Een krachtige boodschap is vaak kort, maar niet alle korte boodschappen zijn krachtig. Dat weet iedereen die wel eens heeft rondgekeken op Twitter.
Het Twitterdebat is bedoeld voor de moderne kiezer, die rusteloos wordt als een politicus niet binnen vier lettergrepen -en daar mag geen woord Spaans bij zitten- een oplossing heeft voor de hangjongeren om de hoek.
Voor de ouderwetse kiezer die zich niets kan voorstellen bij een Twitterdebat, het ziet er zo uit:
Als het Twitterdebat iets demonstreert -behalve dat ik een ouwe, reactionaire zak begin te worden- is het wel de overzichtelijkheid en relatieve rust van een representatieve democratie. Eenzelfde rust die je ook nog wel eens tegenkwam voordat er een politicus en een regisseur werden vermoord. Een regenteske en gezapige rust ja, maar RUST!
Verder zou ik me hier te buiten willen gaan aan hoogwaardige satire, maar dat is veel eerder al veel beter gedaan:
|
|
||||
Wat bezielt de twitteraar?
Afgezien van een paar mensen die moeten werken, bedelen of vechten om in leven te blijven, is de wereldbevolking momenteel te verdelen in twee groepen: mensen die onder een steen leven en mensen die Twitteren. Twitteraars houden elkaar in SMS-lengte op de hoogte van hun belevenissen. Saai? Nee! Maxime Verhagen doet het ook. Dus.
In een aardige column in De Pers van 36 uur geleden probeert Mark Koster het fenomeen te begrijpen. Wat bezielt de Twitteraar? Legitieme vraag, maar hij valt nogal zwaar op de tenen van de community.
